Slaap kindje slaap

‘Dag Karolien, wil je graag laten weten dat we zondag 14/01 fiere ouders zijn geworden…’

Het smsje komt van een jeugdvriendin, een hartsvriendin. Ik deelde met haar mijn puberjaren. Urenlang en honderduit babbelend over alles wat ons in het leven bezig hield. En dat was toen nogal wat. Schoolstuff, de eerste fuiven, boytroubles (voor haar), een eerste aarzelende coming-out (van mij – die zij op een warme knuffel onthaalde, voor er verder woorden aan gewijd werden), de relaties van onze ouders, Rock Werchters, mijn broers en haar zussen, Boterhammen in het park, teveel witte Martini’s,… Ze heeft een eeuwige plaats in mijn hart en kan mij altijd bellen. Ik ben er.

Ik lees het smsje nog een tweede keer. Blij verrast. Niet omdat ze nog een kindje kreeg. Er kwam zoveel nieuwe liefde in haar leven dat die nog wel eens gedeeld zou worden. Wel omdat ik niet eens wist dat ze zwanger was.

Minstens 9 maanden van haar leven, gewoon gemist. Daar keek ik toch wel van op. Ik vind mezelf niet a-sociaal en toch miste ik dit compleet. What happened?

Toen besefte ik plots: zij zit niet op sociale media. Ik kan haar leven daar niet ‘volgen’. Ik zag er geen zwangerschapsaankondiging, geen bolle buiken, geen eerste schattige babyfoto. Ik ben in slaap gesust door de gedachte dat je via sociale media iedereen volgt.

Quasi dagelijks scrol ik door de levens van vrienden, kennissen en totaal onbekenden. Volgend aan de zijlijn, mee-levend, een duim opstekend of kort reagerend. Ik weet wat ze eten, wie hun lief is, hoe het weer op hun vakantie was, welke zotte uitspraken hun kinderen doen,  hoe goed ze scoren op een of ander testje, met wie ze bevriend zijn die ik ook ken,… Ik ben mee.

Behalve dus met het dagelijks leven van wie niet op sociale media zit, maar mij wel lief is. Daar weet ik niets van, tenzij ik het vraag. En laat die drempel nu net iets hoger liggen, zo zonder sociaal scherm ertussen.

Zo’n scherm maakt minder gelukkig, volgens Adam Alter. We missen er dingen door. Check.

De afspraak voor het live babybezoek met veel bijbabbelen ligt vast. Slaap kindje slaap, maar dan nu voor echt.

 

 

Bron afbeelding: https://www.booksatwork.org/social-connection-lifelong-learning/

Advertisements

Het kleine ontmoeten.

Ik wandelde haar eerst voorbij, met snelle tred en met mijn hoofd bij op tijd thuis zijn om te koken. Het eetuur spraken we immers met de studenten in huis af en die staan op  dit moment op hun timing. Eentje had vandaag een eerste examen en die kon toch niet te laat eten?! Binnen de tien stappen knaagde dat.

Zij was een oudere dame, warm ingeduffeld en met een muts diep over de oren, wandelend met haar kruk richting zebrapad. Dat ging haar duidelijk niet zo makkelijk af. Ze had haar arm in de lucht en wankelde toen ik op mijn stappen terugkeerde.

‘Dag mevrouw, kan ik u een arm geven om over te steken?’

Haar ogen straalden en begonnen te blinken.

‘Ge zijt nen engel!’

Ze haakte in en we schuifelden het zebrapad over de drukke Bondgenotenlaan over.

‘Het is geen pretje, oud worden.’

‘Daar kan ik nog niet over meepraten, maar ik wil u geloven.’

‘Ik ben gevallen en heb een maand in het ziekenhuis gelegen. Ge moet echt genieten terwijl ge nog jong zijt.’

‘Dat doe ik al, maar ik ga het zeker onthouden.’

We bereikten de overzijde.

‘Waar moet u eigenlijk naartoe?’

‘Ik ben met mijn man in de stad geweest, hij is de auto gaan halen in de parking.’ Ze wijst nog een lange straat verder.

In mijn hoofd liet ik timing en besognes over tijdig eten los. Een boterham is even goed, iemand helpen die dat nodig heeft nog beter.

‘Ik wandel wel even met u mee, ik heb tijd.’

‘Echt?’. Ze keek mij verbaasd aan, haar ogen liepen vol. ‘Ge zijt echt nen engel.’

Ze probeerde door te stappen, maar ik maande haar aan het rustig aan te doen. Ze moest zich niet forceren.

‘Doe maar rustig, ik heb tijd. Soms is tijd het mooiste cadeau dat we kunnen geven, niet?’

‘Zijt ge gelovig?’

‘Ik geloof in de goede dingen van het leven, maar ga niet naar de kerk.’

‘Ik ook niet, maar ik bid alle dagen om mijn geloof niet te verliezen.’

Schuifelend door de straat kwam ik te weten dat ze de oudste van 6 kinderen was, haar broer in Canada woont maar jaarlijks nog eens naar België komt. Dat ze kinderloos bleef, maar met haar moeder wel voor haar eigen broers en zussen zorgde. Dat dat maakte dat ze haar studie geneeskunde niet kon verderzetten, maar wel naar sportkot ging in Leuven. Dat ze dat bij nader inzien niet erg vond, bewegen is preventieve geneeskunde en zij kon haar hele loopbaan buiten doorbrengen terwijl dokters vaak in zo’n klein en donker kabinet zitten…

We bereikten onze bestemming. Ik zette haar af op een plekje waar ze kon rusten, tot haar man er was met de auto.

‘Hoe heet ge?’

Ik zei haar mijn naam. Die begreep ze niet goed. Ik herhaalde hem nog eens luid en duidelijk.

‘Ah, Karolien. Het zou fijn zijn u nog eens te ontmoeten.’

‘Als ik u nog eens zie in Leuven, kom ik zeker naar u toe.’

‘Dat moet ge doen.’

Ik vroeg ook naar haar naam en nam afscheid.

‘Dag Hélène!’.

‘Dag engel!’

Ik wandelde weg, op wolkjes. Ik had van ons twee het cadeau gekregen.

 

 

 

 

 

In 2018 ga ik…

Ik ben nieuwsgierig aangelegd. Niet van het soort dat graag alle nieuwtjes over buren, vrienden, familieleden en verre kennissen kent, én deelt. Wel van het type dat zich afvraagt met welk business-model dat café waar ik mijn koffie drink blijft draaien, hoe er aan het station van Leuven ook een veilige manier kan zijn om treinreizigers kiss-and-ride-gewijs met de auto af te zetten, na het zien van een steengoede Netflix serie (The Crown) wat er gebeurt wanneer The Queen overlijdt (London Bridge is down…), dat zich vergaapt aan rekeningen betalen met de gsm (beste uitvinding ever!), aan elektrische auto’s die geen lawaai maken en huisbatterijen om ze op te laden,… Kortom, ik ben nogal breed geïnteresseerd.

Om die interesses dit jaar te voeden, nam ik in mijn jaarplan op om wekelijks een aantal Ted Talks te bekijken. Ik ben al langer fan van de gebalde (en vaak hoogstaande) praatjes van maximaal 20 minuten, maar nam minder vaak de tijd om ze effectief te beluisteren. Die tijd heb ik wel, ik breng hem geregeld wilfend door. Dan kan ik beter iets nuttigs doen, dacht ik zo.

En zo geschiedde.

Zo bekeek ik het praatje van Candy Chang. Zij legt erin uit hoe ze als buurtinitiatief een verlaten gebouw beschilderde met bordverf en de zin ‘voor ik sterf wil ik…’. Het werd een buurt-bucketlist met honderden antwoorden die navolging kreeg in de hele wereld.

Dat inspireerde mij om in de boekentil (een fancy boekenruilkast voor de buurt) op het pleintje boven aan onze straat het volgende te doen:

  • Voor wie dit jaar graag meer wil lezen, hangen er een aantal tips in.
  • Met daaronder een aanvullijst met de stelling ‘in 2018 ga ik…’ om elkaar als buren te inspireren en motiveren met leuke plannen en doelen.

Wat ga jij doen in 2018?

 

 

 

 

Ik maak geen goede voornemens.

Wat deed jij op oudejaarsavond?

Ik kreeg de vraag een aantal keer op Nieuwjaarsdag en ik antwoordde erop, gedeeltelijk.

Ik vertelde dat mijn Lief bijzonder lekker kookte en dat wij rustig samen thuis bleven, met de bangeschrik van een Willy (onze hond) die een hekel heeft aan vuurwerk. Na wat wild geblaf om de knallen te verjagen, installeerde hij zich uiteindelijk tussen ons in in de zetel, met zijn kop in een hoekje gewurmd. Zuchtend, jammerend, pruttelend en knorrend (hij voegde een aantal ongekende geluiden toe aan zijn repertoire), maar verder vrij ok. We moeten beginnen vermoeden dat hij zijn angsten faket, want hij geraakt vaker en vaker in die zetel, de sjarel.

Wat ik niet in mijn verhaal opnam, is dat we onze avond ook terugkijkend en plannend doorbrachten. Ik kon niet goed inschatten hoe mijn gezelschap, dat de avond vooral feestend had doorgebracht, daarop zou reageren.

2017 eindigde voor ons niet fraai met de dood van onze kleine kater Fidel (mijn Lief blogde erover). Het verdriet daarover wierp een donkere schaduw over 2017. We vonden (leve Pinterest!) heel wat vragen om elkaar te stellen die een ander licht wierpen: over wat we leerden, welke trips we maakten, wat ons deed glimlachen, wat gewerkt had en wat niet, waar we anderen geholpen hebben en wat uitdagend was, welke klussen we aanpakten, nieuwe hobby’s die we opnamen… Tenslotte maakten we een tijdslijn die de grootste gebeurtenissen van de voorbije maanden omvatte. Er bleek nog zoveel meer te zijn geweest en het voelde bijzonder en goed om samen even stil te staan en achter ons te kijken.

E(e)n nieuw jaar naderde.

In dit huis doen we niet aan goede voornemens. Meer sporten, gewicht verliezen, sparen voor een verre reis,… Die intenties zijn te makkelijk onder de mat te vegen. Ze zijn vaag, want na die eerste fitness training van 2018 kan je al meer gesport hebben. Erg groots, want zo’n verre reis maak je niet met een paar 100 euro.  En niet instant haalbaar, want kilo’s komen er vaak sneller bij dan dat ze eraf gaan.

In plaats daarvan stelden het Lief en ik in het laatste uur voor 2018 een jaarplan op. Hoe je dat praktisch het best aanpakt, kan je lezen in haar boek (één van die bereikte dingen uit 2017 :-)). In mijn plan staat onder andere: hoe ik goed voor mezelf kan zorgen in het komende jaar en wij samen voor onze relatie, hoe ik een zen-plusmama ga zijn, wat ik ga doen om bij te leren, hoe we een extra stukje wereld gaan verkennen, hoe ik in het leven wil staan en welk engagement ik daarvoor ga opnemen,…

Dat zijn zeker niet allemaal nieuwe dingen. Er staat ook in wat ik al deed, maar waarvoor ik tijd wil blijven maken. Plannen die al op stapel stonden. Dromen die er al waren. Wat je aandacht geeft, groeit.

Dat plan was rond om 1 voor 12. Net op tijd om nog een fles te ontkurken, er een glas bij te nemen en te klinken op een nieuw jaar, vol concrete, haalbare en zin-gevende plannen en doelen. Ze ook delen was op 1 januari nog wat te pril. Ik doe het nu, ik doe het hier.

Veel leesplezier!

 

 

Ik heb last van mijn eigen.

Geregeld.

Het gaat mij dan niet af. En ‘het’ kan dan vanalles zijn. Gaan wandelen met de hond, iets oppikken in de stad, eten maken, de kapper bellen, een blogje schrijven,… Dingen die ik anders met plezier doe, zijn mij dan teveel.

Ik stel ze uit, loop lastig, raak gefrustreerd en foeter of knor. Ik voel dan een soort van druk toenemen in mijn lijf, want wil wel graag doen wat nodig is, wat moet, wat ik wil of wat trekt. Die druk is te voelen in mijn borstkas. Zet zich daar ook vast.

Ik sus mezelf op zo’n momenten geregeld met zoet. Gooi er een glas frisdrank op, een koekje, er mag wat extra beleg op mijn boterhammen, dat restje avondeten mag toch niet verloren gaan,… De rem gaat eraf. Ik zorg zo voor mezelf op een moment dat ik het lastig heb. Ik heb deze vorm van zelfzorg geweldig goed onder de knie. Het is dan ook vaak mijn eerste reflex.

Hij lost echter niet veel op. Naarmate mijn zoetlust groeit, groeit ook mijn onrust erover. Mijn schuldgevoel, omdat ik niet de juiste keuzes maak. Mijn schaamte over dat stiekeme snoepje. Mijn weerzin om op de weegschaal te gaan staan. Mijn angst voor wat de gevolgen van mijn keuzes zijn op langere termijn.

In de afgelopen maanden leerde ik bovenstaande cyclus (h)erkennen.  Het is een signaal voor mij dat ik op een of andere manier over mijn grenzen ga, wanneer de zoete rush zich inzet. De zelfzorg zit ‘m immers niet in het ongeremd eten, wel in de mate en het gezonde alternatief.

Het blijft bij momenten wel een blinde vlek voor mij. Ik herken de cyclus nog niet altijd wanneer ik er middenin zit. Zoals deze herfstvakantieweek. Ik ben moe van twee maanden werkhervatting, snakte naar de rust van het gehuurde vakantiehuis in de Ardennen. Vertrok met een rugzak to do’s, hele leuke en een paar must do’s. Ik viel plat op dag twee, luchtweginfectie. De voorbije dagen lukte niet veel meer dan wat bingeNetflix-en (nieuwe afleveringen van Call The Midwife – er is aan mij een goeie verpleegster verloren gegaan), een beetje lezen en een bad nemen, kort gaan wandelen en ver wegblijven van alle meegebrachte to do’s. Frustratie en eet-uitspattingen alom.

Het is de berusting die vaak soelaas brengt. Al dan niet zelf geïnitieerd. Beseffen dat ik gewoon nood had aan rust, zonder meer, en daaraan toegeven. Mild zijn voor mezelf. Mijn verwachtingen lossen en de to do’s aan de kant schuiven. Dat zijn dan ook zelden dingen die weglopen.

Het is pas dan dat het inzicht komt. De aha-erlebnis. Dat het lukt om achteruit te kijken, te herkennen en bij te sturen.

Ik heb last van mijn eigen, tot ik zelf weer aan het stuur ga zitten.

 

Burn-out blues: genezen!?

Ik heb haar gisteren bedankt, mijn huisdokter, voor bewezen diensten.

Ik kwam er immers voor het eerst in 11 maanden buiten zonder ziektebriefje dat mijn afwezigheid op het werk vol- of deeltijds verlengt. Het maakte mij emotioneel bij thuiskomst. Er staat nu een punt achter het gelopen medisch parcours en het ‘arbeidsongeschikt’ zijn.

Ik ben heel erg dankbaar dat we leven in een land met een sterke sociale zekerheid en draag daar voortaan nog wat bewuster en nog meer overtuigd toe bij. Ik kan nu een gezicht plakken op iemand die maandenlang een ziekte-uitkering ontvangt en nodig heeft. Tegelijk ben ik blij dat ik er nu geen meer hoef. Dat ik terug aan de andere kant sta en opnieuw mijn bijdrage kan leveren. Voor mezelf en voor wat dit mij oplevert, niet voor wie mij soms het gevoel gaf dat je pas meetelt als je terug werkt en dan liefst nog voltijds.

Ben ik nu ook ‘genezen’ dan?

Ik heb lang gedacht dat dat betekende dat ik mij terug voelde zoals vroeger, zoals voor dit hele proces. Nu besef ik dat dat niet kan of hoeft. Ik denk dat een goeie beschrijving van de voorbije maanden er een van vervellen is. Een oude huid afschudden zodat een nieuwe tevoorschijn komt.

Ben ik nu helemaal anders dan?

Neen, mijn kern is dezelfde gebleven. Ik ben nog altijd wie ik ben en vind nog altijd belangrijk wat ik vond. Ik heb wel een stevige scrub gebruikt waar het ging over mijn fysieke en mentale grenzen, rustpunten en alleen-tijd, inzetten op wat ik belangrijk vind en daarnaar blijven handelen. Het nieuwe huidje dat zich zo toonde zit veel beter.

En ik smeer het voortaan elke dag in met lotion.

 

En toen werd het stil: 3 hulpmiddelen voor wat rust in huis

Ik heb stevig gelachen met de TEDtalk van AJ Jacobs ‘How healthy living nearly killed me’. Hij legt erin uit hoe hij een jaar lang een heleboel gezondheidsadviezen strikt opvolgde. Zo smeerde hij zich elke paar uur in met de hoeveelheid van een shotglas zonnecrème, want dat hoort zo volgens huidspecialisten. Leefde hij een tijdje permanent met een helm op, dat beperkt de risico’s op een hoofdletsel gevoelig. En nog meer van dat fraais.

Aan het eind van dat jaar maakt hij het bilan op en beslist hij welke nieuwe gewoonten hij behoudt en welke toch te gek waren om los te lopen. Zijn eerste conclusie is verrassend. Zo leidt hij nu een stiller leven, omdat hem dat veel deugd doet.

Hij betoogt dat we in een rumoerige wereld leven met veel geluidsvervuiling. Luide geluiden prikkelen bovendien onze vecht of vlucht reflex en zetten ons lichaam dus op scherp. Op lange termijn blijkt dit alles niet gezond te zijn voor hart- en bloedvaten en we leven er collectief minder lang door.

Aan het eind van deze zomer brachten we een week door in een vakantiehuis in een putje van de Ardennen. Het was er zowel overdag als ‘s avonds vaak muisstil, urenlang. Zalig was dat, wat een verwennerij! Effectief heel deugddoend voor hoofd en lijf. We gaan er in de herfstvakantie meteen terug naartoe.

Ook thuis trekken we die lijn al een aantal maanden door, vooral met deze 3 hulpmiddelen:

  • Wie alleen tv kijkt, doet dat met een draadloze hoofdtelefoon. Zo hoeft niet iedereen in de leefruimte mee te luisteren.

willy-2

  • We hebben nauwelijks radio’s of geluidsinstallaties in huis. Wie muziek of iets anders wil luisteren, doet dat op de laptop of smartphone en met een koptelefoon. Iedereen in huis heeft er een (of oortjes) en ze worden duchtig gebruikt (met soms wat geroep om iedereen te kunnen verzamelen voor het eten tot gevolg).

willy-1

  • Zelf ben ik ook een fervent gebruiker van een geluidsdempende koptelefoon. Ik kocht hem  indertijd voor de houtles. Nu gebruik ik hem soms thuis om even in mijn eigen hoofd te zijn, alleen met mijn ademhaling. Bij het lezen van een boek, bij het schrijven van een blogje op de laptop,  op momenten dat ik het graag wat rustiger wil of net focus zoek. Hij werd in volle blokperiode ook opgevorderd door een student in huis, kwestie van wat minder afgeleid te zijn door wat er rond hem gebeurde.

willy-3

Wilson denkt er het zijne van, maar apprecieert de rust in huis.