Category Archives: Uncategorized

En toen werd het stil: 3 hulpmiddelen voor wat rust in huis

Ik heb stevig gelachen met de TEDtalk van AJ Jacobs ‘How healthy living nearly killed me’. Hij legt erin uit hoe hij een jaar lang een heleboel gezondheidsadviezen strikt opvolgde. Zo smeerde hij zich elke paar uur in met de hoeveelheid van een shotglas zonnecrème, want dat hoort zo volgens huidspecialisten. Leefde hij een tijdje permanent met een helm op, dat beperkt de risico’s op een hoofdletsel gevoelig. En nog meer van dat fraais.

Aan het eind van dat jaar maakt hij het bilan op en beslist hij welke nieuwe gewoonten hij behoudt en welke toch te gek waren om los te lopen. Zijn eerste conclusie is verrassend. Zo leidt hij nu een stiller leven, omdat hem dat veel deugd doet.

Hij betoogt dat we in een rumoerige wereld leven met veel geluidsvervuiling. Luide geluiden prikkelen bovendien onze vecht of vlucht reflex en zetten ons lichaam dus op scherp. Op lange termijn blijkt dit alles niet gezond te zijn voor hart- en bloedvaten en we leven er collectief minder lang door.

Aan het eind van deze zomer brachten we een week door in een vakantiehuis in een putje van de Ardennen. Het was er zowel overdag als ‘s avonds vaak muisstil, urenlang. Zalig was dat, wat een verwennerij! Effectief heel deugddoend voor hoofd en lijf. We gaan er in de herfstvakantie meteen terug naartoe.

Ook thuis trekken we die lijn al een aantal maanden door, vooral met deze 3 hulpmiddelen:

  • Wie alleen tv kijkt, doet dat met een draadloze hoofdtelefoon. Zo hoeft niet iedereen in de leefruimte mee te luisteren.

willy-2

  • We hebben nauwelijks radio’s of geluidsinstallaties in huis. Wie muziek of iets anders wil luisteren, doet dat op de laptop of smartphone en met een koptelefoon. Iedereen in huis heeft er een (of oortjes) en ze worden duchtig gebruikt (met soms wat geroep om iedereen te kunnen verzamelen voor het eten tot gevolg).

willy-1

  • Zelf ben ik ook een fervent gebruiker van een geluidsdempende koptelefoon. Ik kocht hem  indertijd voor de houtles. Nu gebruik ik hem soms thuis om even in mijn eigen hoofd te zijn, alleen met mijn ademhaling. Bij het lezen van een boek, bij het schrijven van een blogje op de laptop,  op momenten dat ik het graag wat rustiger wil of net focus zoek. Hij werd in volle blokperiode ook opgevorderd door een student in huis, kwestie van wat minder afgeleid te zijn door wat er rond hem gebeurde.

willy-3

Wilson denkt er het zijne van, maar apprecieert de rust in huis.

Burn-out blues: terug naar school, euhm, werk! – Wie hielp? (1)

Op 1 september hervat ik mijn werk, samen met alle schoolkinderen die die dag terug naar school gaan. Terug gaan werken voelt ook een beetje zo, ik ben al dagen wat nerveus wanneer ik eraan denk, liet mij nog een kort kopje aanmeten, dacht al eens na over wat ik ga aandoen, zet vanavond mijn rugzak klaar en maak mijn boterhammen.

Het is intussen meer dan 8 maanden geleden dat ik uitviel op mijn werk. Voor even, dacht ik toen, tot ik terug wat energie voel. Ik hervatte te snel en herviel, wat hard aankwam. Ik kon toen voor het eerst voor mezelf erkennen dat ik een burn-out had en dat ik meer tijd en hulp nodig had. Fysiek ging het wel, maar vooral in mijn kopje was er nog werk aan de winkel. Nu, ongeveer 4 maanden na mijn laatste werkdag, kan ik zeggen dat het beter met mij gaat.

Wie heeft mij geholpen?

  • Mijn begripvolle Lief dat uren naar mij luisterde en met mij praatte en in stilte de extra’s deed wanneer het mij niet lukte om huis te houden.
  • Haar grote kinderen waarvoor ik plusmama en hun begrip waarmee ze mij soms aanzetten om te gaan rusten.
  • Een geduldige werkgever die vertrouwen bleef geven (daarover in een later blogbericht meer).
  • Vriendinnen, vrienden en familie die de draad vasthielden en mij nog eens vroegen hoe het ging als ik een eerste keer niet antwoordde. Die beseften dat het soms teveel was om de telefoon op te nemen of mij te laten zien en daar begrip voor toonden. Die aanwezig bleven.

Ik deed ook beroep op een aantal professionals:

  • Een menselijke, maar ook no-nonsense huisarts die mij uitdaagde om haar te overtuigen van mijn beterschap, waardoor ik verplicht werd om mijn hervatting goed voor te bereiden en te plannen.
  • Een hands-on coach die met mij op zoek ging naar wat ik nodig had en die oplossingsgericht meedacht.
  • Een Familieman die 2 maanden lang 4u/week mijn handen verving in het huishouden, zodat er wat extra voor ‘ons systeem’ gezorgd werd en ik die zorg kon lossen.
  • Een recht-voor-de-raap diëtiste die telkens de juiste woorden vond om wat goed ging te vieren en mij te motiveren rond wat niet lukte.

Kortom, ik ben een aantal maanden goed omringd en ondersteund. Ik kus mijn pollekes en ben dankbaar voor elk van hen. Dank jullie wel!

 

 

Slaapwel, oma

Zondagnacht overleed mijn 96-jarige oma, mijn voormoeder. Bouwjaar 1920 en opgetrokken, of zo leek het de laatste jaren alleszins, uit gewapend beton. Verschillende keren kroop ze door het oog van de medische naald. Ze viel stevig op haar hoofd, brak haar heup, had een longontsteking en een hart dat met steeds minder regelmaat tikte, maar ze  verbaasde telkens alles en iedereen door na een periode van revalidatie weer met haar rollator door de gangen van de home te struinen op haar dagelijkse wandelingen. Aja, ne mens moet toch iets doen.

In het feestgedruis na de klinkende Belgische overwinning tegen de Hongaren muisde ze er stilletjes vanonder. Haar adem waar ze de afgelopen weken omwille van een longontsteking spaarzaam mee omging, blies ze voor het laatst uit. Haar kaars was uit.

Mijn kinderherinneringen zijn die van een kleine lift nemen naar de zesde verdieping (of de trap, nadat we met ons gezin ook eens wat  teveel tijd in die lift doorbrachten) en daar in het appartement aan een donkere, houten tafel zitten, met zicht op de vitrinekast met posturekes.  ‘Das wel dadde’ horen als ik vertelde dat ik een goed rapport had op school, friemelen aan de kanten doekjes op de leuning van de zetel (en die ook netjes moeten terugleggen), vragen of we nog eens met ‘den bak’ mochten dobbelen en schuiven, stiekem ook eens in de andere kamers gaan kijken als ik naar de wc ging in de gang, op haar terras wat dichter naar de reling toe schuifelen en toch eens op je tippen naar beneden durven kijken. Herinneringen aan eten ook, altijd in overvloed. We zagen elkaar in die periode dan ook vooral op momenten dat er iets te vieren was. Dat was dan met ballekes met kriekjes of een vleesbrood, puur gehakt met peper en zout, smeuïge bodding. De oma wist wat lekker was.

De afgelopen jaren, wanneer ik met wat grotere regelmaat op bezoek ging, was er ruimte om haar ook als volwassene wat beter te leren kennen:

  • Bij het voorlezen uit een detective van De Cock met c-o-c-k of het magazine van de home, waarbij we telkens ook de verjaardagen overliepen en ze daarna in haar hoofd bijhield wie ze dan op welke dag proficiat kon wensen. Ze vond het jammer dat ze niet meer jaren met gezonde ogen had om zich aan haar passie voor handwerk, lezen en kruiswoordraadsels te wijden. Ze kon haar nieuwe situatie wel omarmen en ‘las’ nog vele boeken met haar Daisyspeler voor slechtzienden. Ze kon ze allemaal navertellen en reisde in haar hoofd nog naar landen waar ze nooit was geweest.
  • Ze riep mij na met ‘en de groeten aan alleman die ge tegenkomt’, telkens ik vertrok, doelend op o.a. mijn broers die ze wat minder zag. Ze had een warm hart voor de familie en was de spil in dat netwerk. Wanneer ik haar gezien had, wist ik weer wat beter hoe iedereen het stelde. Oma was onze familiale, maar discrete Facebook. Ik ondervond haar mee-leven toen ik haar een paar maanden geleden vertelde over mijn burn-out en zij daarop antwoordde dat ik nu best gewoon elke dag kon nemen ‘zoals em zich presenteert’ en dat ik altijd welkom was bij haar in de home wanneer ik niet wist waar naartoe. Bij ons afscheid, een week voor ze overleed, vroeg ze mij nog hoe het nu met mij ging. Terwijl zij diegene was die op dat moment naar adem moest happen.
  • Vol vuur vertelde ze over haar werk bij de PTT waar ze fiches moest versteken in een bak om mensen met elkaar te laten telefoneren. Hoe ze daarbij opa leerde kennen uit een van de hokjes naast haar, ne schone mansmens. Dat dat een van de enige dingen uit haar leven was waar ze spijt over voelde, dat opa maar 49 mocht worden en dat ze hem zo snel heeft moeten afgeven. En vooral, dat ze daar nooit met elkaar over hadden kunnen praten. Zij wist dat opa zou sterven aan zijn kanker, maar de dokters vonden het beter dat hij dat niet wist. En dus deed ze wat ze dacht dat best was.
  • Oma had een open geest waarmee ze kon luisteren zonder te oordelen. Zo was ze mee blij toen ik haar vertelde over mijn liefdesgeluk, met mijn vriendin. Ik ben haar dankbaar dat ze mij altijd aanvaard heeft zoals ik was, zonder 1 slecht woord, zonder punt of komma. Met diezelfde openheid maakte ze fruitbrochettes tijdens een activiteit in de home, ook al had ze dat nog nooit gedaan, koos ze op het weekmenu voor gerechten die ze niet kende, ging zij als enige wandelen achterin de hof, aanvaardde ze zorgverleners van andere origine en ging ze in tegen het klagen en zagen van sommige medebewoners.
  • Ik heb het haar zelf dan ook nooit horen doen, klagen of zagen, hoeveel redenen ze daar soms ook toe had. In haar laatste weken fluisterde ze mij wel toe dat we altijd gezegd hadden ‘ket en goed’ (kort en goed, als in: als het niet goed met jou gaat, dan mag het snel gaan, dat wenste zij zichzelf en ik haar toe), maar dat het nu niet meer ‘ket’ te noemen was. Toch bleef ze ook op zo’n momenten dank u zeggen voor elk bezoek, warm knuffelen bij het afscheid met nog wat van haar laatste force erin gelegd en mij het allerbeste toewensen voor mijn verdere leven. Het maakte van haar een warme, hartelijke vrouw die graag gezien was, ook door mij.

Ik bewonder mijn oma voor het talent dat ze had om elke dag te nemen zoals die kwam en er een goeie van te maken. Ik hoop dat ik heel wat van haar genen heb geërfd.

Slaapwel, oma. Nog een laatste kruisje op je voorhoofd en een kus erop gedrukt. Vanavond eten we vleesbrood met kriekjes, voor jou.

 

Burn-out blues: Burn-out manifesto

Op een afwezigheidsattest verklaart mijn dokter dat ik niet in staat ben om te werken. Voltijds arbeidsongeschikt. Punt.

Er zit bij dat attest jammer genoeg geen begeleidend briefje met richtlijnen over hoe ik terug ‘geschikt voor de arbeid’ kan worden. Geen oefeningen drie maal daags, geen voorschrift, geen pilletje. Worstelen met een burn-out is een doe-het-zelf project en laat dat nu net zijn wat je op dat moment niet heel erg goed lukt.

Ik zocht en vond daarom een coach, eentje die met mij op weg wilde gaan op mijn onbekend terrein. Die stukjes mogelijke weg laat zien op de kaart en af en toe een kronkel kan verklaren. De Jessiesessies zijn nu vaste prik in mijn agenda. Het stapwerk is voor mij, maar zij is een geweldige gids.

Na een aantal sessies, denk ik dat het onderstaande op dit moment mijn roadmap is, mijn burn-out manifesto:

  • Niets is permanent. Alles verandert en ook slechte dingen gaan voorbij. Ook aan deze burn-out komt dus een eind.
  • Ik blijf naar mijn diëtiste gaan, ook wanneer ik bijgekomen ben of het niet goed heb gedaan.
  • Elke dag dat ik thuis ben, ga ik ook even naar buiten. Ik plooi niet louter terug op binnen.
  • Op het moment dat ik voel dat ik het nodig heb, ga ik dutten.
  • Ik heb mijn eigen gevoelens en problemen. Voor mijn huisgenoten is dat ook zo en daar zijn zij eigenaar van. Ik los hun problemen niet op door ze over te nemen. Daar help ik hen en mezelf niet mee.
  • Ik stel elke dag 1 doel en ik denk minstens 1 ding om.
  • Ik vergelijk mijzelf, wat ik doe en mijn tempo niet met anderen.
  • Door goed voor mezelf te zorgen, zorg ik ook voor wie mij dierbaar is.
  • Ik werk aan de verbinding met mezelf.
  • Ik gebruik positieve interne taal. Het mag en het kan, maar het moet niet.
  • Mijn behoefte is evenveel waard dan de behoefte van gelijk wie anders.
  • Ik zet actief in op lichtheid en fun, kietelen inclusief.
  • Ik laat los wie ik denk te moeten zijn en omarm vaker wie ik ben.
  • Net buiten mijn comfortzone ligt de grootste voldoening.
  • Doen is ook een vorm van denken.
  • Ik maak een eerstvolgende stap zo klein mogelijk.

De kaart voelt al iets makkelijker leesbaar, wanneer je de legende snapt. Dankjewel gids.

 

 

Het aanpakken van ‘den hof’

Telkens wanneer het Lief en ik in deze fantastische boekhandel passeren, brengen we er geheid een aantal uren door met het snuisteren in boeken, het drinken van een lekkere koffie, het aanhalen van nog meer boeken en uiteindelijk: het kiezen van een of meerdere boeken die ook mee naar huis gaan.

In mijn geval werd het dit:

Scrum in actie

Een heel praktisch boek over Scrum, een specifieke techniek om met een team aan een project te werken. Het boek prikkelde om er ook in de praktijk meteen mee aan de slag te gaan en wel op het thuisfront.

Daarom op zondagavond met het Lief en de kinderen aan tafel om scrummend in te zetten op het project ‘den hof’.

WP_001383

Onderaan de ijsberg staan ieders wensen te lezen met als toppers: geen inkijk op de halfnaakt zonnende buurman, een zwembad voor de hond, een muziekinstallatie (de DJ booth met glijbaan ging net iets te ver) en een poesje.

Ieder tekende ook haar/zijn ideale tuin, wat verrassende resultaten en tekentalent opleverde:

WP_001384 WP_001386 WP_001387 WP_001388 WP_001389

Na stevig onderhandelen kwamen we al uit op een aantal gemene delers: een afgeschermde plek voor hond Willy waar we hem idealiter zijn drollen leren leggen (om de rest van de tuin daarvan te vrijwaren), een functionele en comfy eet- en zitplek in 1, wat niveau in planten- en bloembakken en gras waar je op kan zitten.

Daarna deden we een voorzet van wat dan eerst moet om die dingen verwezenlijkt te krijgen.

Het resultaat?

  • Een niet altijd makkelijke, maar wel heel zinvolle en fijne bespreking waarin duidelijk werd wat iedereen in het gezin van de tuin verwacht.
  • Een eerste beeld van ons gezamenlijk einddoel met concrete stappen om die richting uit te gaan.
  • Heel wat losse eindjes uit mijn hoofd die in 1 plan gevat worden en daardoor minder bandbreedte innemen.
  • Gedeeld eigenaarschap waardoor alvast 2 kids spontaan kwamen helpen bij het eerste tuinwerk, toppie!

WP_001372 WP_001371

En Willy, die zag dat het goed was.

WP_001374

Wie wandelt met wie?

Ik heb een hond.

Dat is een zin die ik nooit had bedacht en een die ik ook nooit dacht uit te spreken of schrijven. Technisch gesproken is het niet MIJN hond, in de zin van eigendomstitel enzo. Echter, eens iemand in huis een hond heeft, heeft iedereen een hond. Het beest maakt daar geen onderscheid in en hoopt van iedere andere levende ziel in huis aaitjes, streeltjes, aandacht, speeltijd, eten, wandelingen en dies meer te krijgen.

Daarvoor kijkt hij soms zo:

WP_001229

Hij heet Wilson, Willy (Wonka) voor de vrienden en hij sprong een dikke maand geleden met zijn vier poten vooruit mijn leven in. Daar had ik het moeilijk mee. Ik ben namelijk van nature uit niet zo’n hondenvriend.

We hebben de voorbije weken dan ook al wat relatiestadia meegemaakt, hij en ik. Van: ik negeer jou en gun jou slechts een minimale blik, hoe hard je ook probeert om mijn aandacht te trekken. Over: jaja, ik zie jou wel, liggend voor mijn voeten en ik streek al eens een schuchtere hand uit voor een aai. Tot: ik heb er wel zin in om ’s avonds met jou op wandel te gaan. En: ik vind het fijn dat jij ’s morgens altijd blij bent om mij te zien (behalve wanneer je eerst een drol in de keuken legt).

Vanmorgen zat ik niet goed in mijn vel en het Lief praatte op mij in. Op een bepaald moment biggelden de tranen over mijn wangen. De hond voelde instinctief wat er aan de hand was en deed alles wat in zijn mogelijkheden lag om mij te troosten. Pootjes op de schoot en proberen om mijn tranen weg te likken (echter, onze liefde is niet zo diep dat ik hem mijn gezicht laat likken, wetend waar zijn tong nog zoal zit…), tegen mijn benen aan vleien, op mijn voeten gaan liggen, braaf gaan zitten,…

Ik ging lang met hem wandelen om wat te ontspannen en zette daarbij een volgende stap in onze relatie. Ik liet hem los. In het bos. Het was aandoenlijk om hem te zien rennen, rennen, rennen. Telkens niet verder dan een paar tientallen meters van mij vandaan, racend van voor naar achter en terug. Mijn bewegingen in het oog houdend en volgend. Relatietest geslaagd.

Bovendien confronteerde hij mij daarbij met mijn eigen angsten en kaders:

  1. Hij komt terug. Soms na het bovenhalen van wat strengheid, maar hij komt altijd terug.
  2. Zijn vuile poten en massa haar in huis zijn niet fijn, maar buiten mag hij zich flink vuilmaken (en zelfs even de gracht insukkelen). Hij leeft zicht uit, geniet, speelt en ik was hem wel weer af voor hij binnen komt. No big deal en eens zoveel fun.
  3. Waarom laat ik zelf niet wat vaker gewoon los, vertrouwend dat het wel goed komt?

Dus wie wandelt met wie?

 

 

 

Ik leg een ei

Geen vage goeie voornemens voor mij dit jaar, wel een setje uitdagingen voor mijn 32ste verjaardag. Uit ervaring weet ik hoe motiverend het werkt om wat je wil concreet te maken, er een deadline op te plakken en het geheel te delen. Het prikkelt, drijft vooruit, geeft richting, helpt focussen en maakt dat je wat je leuk vindt niet uit het oog verliest, bedolven onder het dagdagelijkse (inspiratie voor het opstellen van jouw doelen, vind je o.a. hier).

De trigger om hier opnieuw op in te zetten komt voort uit het postgraduaat Innovatief Verandermanagement dat ik momenteel volg en een opdracht die we er kregen. Met name om onze eigen leerinzichten uit een gevolgde module creatief weer te geven. De output mocht alles zijn, behalve een A4 samenvatting.

Inzichten distilleren en bepalen wat je ermee gaat doen, is voor mij te vergelijken met het leggen van een ei. Je voelt dat er iets op komst is, het zit ongemakkelijk, het wringt een beetje, het proces kost moeite, maar het resultaat mag er zijn. Vandaar mijn output:

doos 3 Een mooie eierdoos, jawel.

doos 2 Gevuld met 12 ‘surprises’ (thx pluskids voor de eethulp).

Doos 1 Die elk een gekke bek met inzicht bevatten.

Om met de opgedane inzichten ook effectief aan de slag te gaan, maakte ik eerst een mindmap met in het midden de hamvraag ‘wat wil ik?’. Vertakkingen ontstonden vanuit prikkelende thema’s uit de les, stukjes vastgehouden informatie van boeiende blogs en krantenartikelen, zaken waar ik tegenaan loop, energie-gevende ideeën,…

Ik merkte dat de meeste dingen die hun weg naar het papier vonden terug te brengen zijn tot 4 doelen:

  • Opgeruimd en lichter door het leven gaan, letterlijk en figuurlijk.
  • Het boosten van mijn speelse creativiteit, een passie.
  • Inzetten op kleine momenten van geluk.
  • Slimmer (en zachter) werken.

En daar verbond ik, mijn koudwatervrees om opnieuw te bloggen het hoofd biedend, 30 nieuwe uitdagingen aan om de komende maanden in deze blog mee aan de slag te gaan.

Ik broed mijn eieren verder uit.

Wat daagt jou uit in 2016?