Burn-out blues: 5 dingen die mij hebben geholpen (2)

Hieronder vind je de 5 dingen die mij de voorbije maanden het meest hebben geholpen en die mee maken dat ik begin deze maand terug aan het werk ging na een burn-outperiode.

(1) Het bepalen van een aantal vuistregels en daar voor langere tijd aan vasthouden

Met hulp van mijn coach stelde ik een Manifesto op. Die inzichten gaven wat structuur aan mijn dagen en weken en brachten rust. Ze zorgden voor focus. Ik fladderde op een gegeven moment alle kanten uit en wilde ALLES doen om snel beter te worden. Als ik dus iemand zag schrijven over hoe fasciatherapie voor hem of een dieptemassage voor haar had geholpen, dacht ik dat ook te moeten proberen om goed en voldoende bezig te zijn met mijn herstelproces. Ik moest toch alles proberen wat anderen had geholpen? Daarover nadenken, afwegingen maken, informatie opzoeken… kostte veel energie, teveel.

Anderzijds was het ook niet zo makkelijk om mezelf te overtuigen dat wat ik wel deed voldoende was. Er doken voortdurend stemmetjes op in mijn hoofd: Ik was toch niet zo ziek? Ik kon toch nog wat meer dan dat? Ik wilde mij kunnen verantwoorden. Met vallen en opstaan heb ik aan mezelf leren toegeven dat ik met recht en rede ‘arbeidsongeschikt’ was en dat het ok was om mijn eigen tempo te volgen en mijn eigen weg te banen richting herstel. Los van wat de stemmetjes in mijn hoofd daarover dachten.

(2) Inzien dat eten mijn vorm van ‘zelfverdoving’ is (dit is een term die Brené Brown gebruikt)

Ik verdoof met eten mijn emoties, vooral negatieve, maar ook positieve. Ik legde het liefst overal een laagje suiker en vet over, dat voelde comfortabeler. Het was lang mijn mechanisme om om te gaan met wat moeilijk is. Eten was mijn manier om op zo’n momenten goed voor mezelf te zorgen. Tegelijk hoorde eten ook bij alle leuke momenten, bij feest, bij vieren en plezier.

Beter letten op wat ik eet en daarbij vooral inzetten op het vormgeven van positieve nieuwe gewoonten (en die inslijten) heeft mij geholpen om beter te ‘voelen’ wat ik wil en nodig heb en daar ook iets mee te doen. Het maakt mij soms wat emotioneler dan vroeger, maar ook meer ‘in touch’ met mijn gevoel. En de verloren kilo’s maken dat ik het compliment krijg ‘dat ik er goed uitzie’ wat uiteraard helpt op een moment dat je zelfvertrouwen niet top is.

(3) Letterlijk in beweging komen

Ik hoorde al vaak dat ik er gebronsd uitzie na deze zomer, ook al ging ik niet met vakantie naar een zonovergoten land. Ik bracht de afgelopen maanden wel veel tijd buiten door, vooral in beweging. Niets groots, maar wel minstens een half uurtje per dag. Wandelen met de hond, fietsen naar de stad, wat werken in de tuin, eens gaan zwemmen,… Dat deed en doet deugd.

(4) Figuurlijk in beweging komen

Ik bleef ook op mentaal vlak in beweging en probeerde geregeld eens iets nieuws: elke avond 3 positieve dingen van de dag noteren, omdenken, energiegevers en-vreters optekenen en de ene inplannen en de andere reduceren, notities nemen tijdens mijn coachingsessies en de inzichten daaruit bijhouden,… Aan het begin van de zomer startte ik ook een ‘bullet journal’. Daarover nog wat meer in een volgende post.

(5) Een toekomstbrief schrijven aan mezelf

Ik kreeg als opdracht van mijn coach, aan het einde van ons traject samen, om een brief te schrijven naar mezelf vanuit de toekomst. Huh? Wat een gek concept, dacht ik.

Het bleek een ongelofelijk krachtig iets om mezelf vandaag toe te spreken, twee jaar verder en met heel wat van mijn demonen achter de rug. Ik kreeg een beeld van waar ik naartoe wil en zo werd ook de weg daarheen duidelijker zichtbaar. Ik heb nu een aantal doelen waar ik naartoe werk en elke dag zet ik kleine stapjes in die richting.

Het raakt mij om deze 5 opgedane inzichten neer te schrijven. Het doet mij terugblikken naar de voorbije maanden en hervoelen hoe moeilijk die zijn geweest. Tegelijk zit het werk er nog niet op. Ik heb nu een 10-tal dagen mijn werk hervat en het is stevig ploegen om geen 5 stappen tegelijk achteruit te zetten. Ik val de afgelopen week terug in mijn eetvalkuil bijvoorbeeld, foeterde alweer op huisgenoten voor problemen die de mijne niet waren en kroop verschillende dagen voor 21u in bed, op van vermoeidheid. Toeme toch!

Het blijft ontzettend  moeilijk voor mij om het lastige gevoel, dat nu bij terug gaan werken na een lange afwezigheid hoort, gewoon te laten zijn. Zonder meer. Verzet is wat pijn lijden maakt. En ik ben heel goed in verzet.

Wat helpt jou door een moeilijke periode heen? Welke tips heb jij voor mijn werkhervatting?

Advertisements

Burn-out blues: terug naar school, euhm, werk! – Wie hielp? (1)

Op 1 september hervat ik mijn werk, samen met alle schoolkinderen die die dag terug naar school gaan. Terug gaan werken voelt ook een beetje zo, ik ben al dagen wat nerveus wanneer ik eraan denk, liet mij nog een kort kopje aanmeten, dacht al eens na over wat ik ga aandoen, zet vanavond mijn rugzak klaar en maak mijn boterhammen.

Het is intussen meer dan 8 maanden geleden dat ik uitviel op mijn werk. Voor even, dacht ik toen, tot ik terug wat energie voel. Ik hervatte te snel en herviel, wat hard aankwam. Ik kon toen voor het eerst voor mezelf erkennen dat ik een burn-out had en dat ik meer tijd en hulp nodig had. Fysiek ging het wel, maar vooral in mijn kopje was er nog werk aan de winkel. Nu, ongeveer 4 maanden na mijn laatste werkdag, kan ik zeggen dat het beter met mij gaat.

Wie heeft mij geholpen?

  • Mijn begripvolle Lief dat uren naar mij luisterde en met mij praatte en in stilte de extra’s deed wanneer het mij niet lukte om huis te houden.
  • Haar grote kinderen waarvoor ik plusmama en hun begrip waarmee ze mij soms aanzetten om te gaan rusten.
  • Een geduldige werkgever die vertrouwen bleef geven (daarover in een later blogbericht meer).
  • Vriendinnen, vrienden en familie die de draad vasthielden en mij nog eens vroegen hoe het ging als ik een eerste keer niet antwoordde. Die beseften dat het soms teveel was om de telefoon op te nemen of mij te laten zien en daar begrip voor toonden. Die aanwezig bleven.

Ik deed ook beroep op een aantal professionals:

  • Een menselijke, maar ook no-nonsense huisarts die mij uitdaagde om haar te overtuigen van mijn beterschap, waardoor ik verplicht werd om mijn hervatting goed voor te bereiden en te plannen.
  • Een hands-on coach die met mij op zoek ging naar wat ik nodig had en die oplossingsgericht meedacht.
  • Een Familieman die 2 maanden lang 4u/week mijn handen verving in het huishouden, zodat er wat extra voor ‘ons systeem’ gezorgd werd en ik die zorg kon lossen.
  • Een recht-voor-de-raap diëtiste die telkens de juiste woorden vond om wat goed ging te vieren en mij te motiveren rond wat niet lukte.

Kortom, ik ben een aantal maanden goed omringd en ondersteund. Ik kus mijn pollekes en ben dankbaar voor elk van hen. Dank jullie wel!

 

 

Slaapwel, oma

Zondagnacht overleed mijn 96-jarige oma, mijn voormoeder. Bouwjaar 1920 en opgetrokken, of zo leek het de laatste jaren alleszins, uit gewapend beton. Verschillende keren kroop ze door het oog van de medische naald. Ze viel stevig op haar hoofd, brak haar heup, had een longontsteking en een hart dat met steeds minder regelmaat tikte, maar ze  verbaasde telkens alles en iedereen door na een periode van revalidatie weer met haar rollator door de gangen van de home te struinen op haar dagelijkse wandelingen. Aja, ne mens moet toch iets doen.

In het feestgedruis na de klinkende Belgische overwinning tegen de Hongaren muisde ze er stilletjes vanonder. Haar adem waar ze de afgelopen weken omwille van een longontsteking spaarzaam mee omging, blies ze voor het laatst uit. Haar kaars was uit.

Mijn kinderherinneringen zijn die van een kleine lift nemen naar de zesde verdieping (of de trap, nadat we met ons gezin ook eens wat  teveel tijd in die lift doorbrachten) en daar in het appartement aan een donkere, houten tafel zitten, met zicht op de vitrinekast met posturekes.  ‘Das wel dadde’ horen als ik vertelde dat ik een goed rapport had op school, friemelen aan de kanten doekjes op de leuning van de zetel (en die ook netjes moeten terugleggen), vragen of we nog eens met ‘den bak’ mochten dobbelen en schuiven, stiekem ook eens in de andere kamers gaan kijken als ik naar de wc ging in de gang, op haar terras wat dichter naar de reling toe schuifelen en toch eens op je tippen naar beneden durven kijken. Herinneringen aan eten ook, altijd in overvloed. We zagen elkaar in die periode dan ook vooral op momenten dat er iets te vieren was. Dat was dan met ballekes met kriekjes of een vleesbrood, puur gehakt met peper en zout, smeuïge bodding. De oma wist wat lekker was.

De afgelopen jaren, wanneer ik met wat grotere regelmaat op bezoek ging, was er ruimte om haar ook als volwassene wat beter te leren kennen:

  • Bij het voorlezen uit een detective van De Cock met c-o-c-k of het magazine van de home, waarbij we telkens ook de verjaardagen overliepen en ze daarna in haar hoofd bijhield wie ze dan op welke dag proficiat kon wensen. Ze vond het jammer dat ze niet meer jaren met gezonde ogen had om zich aan haar passie voor handwerk, lezen en kruiswoordraadsels te wijden. Ze kon haar nieuwe situatie wel omarmen en ‘las’ nog vele boeken met haar Daisyspeler voor slechtzienden. Ze kon ze allemaal navertellen en reisde in haar hoofd nog naar landen waar ze nooit was geweest.
  • Ze riep mij na met ‘en de groeten aan alleman die ge tegenkomt’, telkens ik vertrok, doelend op o.a. mijn broers die ze wat minder zag. Ze had een warm hart voor de familie en was de spil in dat netwerk. Wanneer ik haar gezien had, wist ik weer wat beter hoe iedereen het stelde. Oma was onze familiale, maar discrete Facebook. Ik ondervond haar mee-leven toen ik haar een paar maanden geleden vertelde over mijn burn-out en zij daarop antwoordde dat ik nu best gewoon elke dag kon nemen ‘zoals em zich presenteert’ en dat ik altijd welkom was bij haar in de home wanneer ik niet wist waar naartoe. Bij ons afscheid, een week voor ze overleed, vroeg ze mij nog hoe het nu met mij ging. Terwijl zij diegene was die op dat moment naar adem moest happen.
  • Vol vuur vertelde ze over haar werk bij de PTT waar ze fiches moest versteken in een bak om mensen met elkaar te laten telefoneren. Hoe ze daarbij opa leerde kennen uit een van de hokjes naast haar, ne schone mansmens. Dat dat een van de enige dingen uit haar leven was waar ze spijt over voelde, dat opa maar 49 mocht worden en dat ze hem zo snel heeft moeten afgeven. En vooral, dat ze daar nooit met elkaar over hadden kunnen praten. Zij wist dat opa zou sterven aan zijn kanker, maar de dokters vonden het beter dat hij dat niet wist. En dus deed ze wat ze dacht dat best was.
  • Oma had een open geest waarmee ze kon luisteren zonder te oordelen. Zo was ze mee blij toen ik haar vertelde over mijn liefdesgeluk, met mijn vriendin. Ik ben haar dankbaar dat ze mij altijd aanvaard heeft zoals ik was, zonder 1 slecht woord, zonder punt of komma. Met diezelfde openheid maakte ze fruitbrochettes tijdens een activiteit in de home, ook al had ze dat nog nooit gedaan, koos ze op het weekmenu voor gerechten die ze niet kende, ging zij als enige wandelen achterin de hof, aanvaardde ze zorgverleners van andere origine en ging ze in tegen het klagen en zagen van sommige medebewoners.
  • Ik heb het haar zelf dan ook nooit horen doen, klagen of zagen, hoeveel redenen ze daar soms ook toe had. In haar laatste weken fluisterde ze mij wel toe dat we altijd gezegd hadden ‘ket en goed’ (kort en goed, als in: als het niet goed met jou gaat, dan mag het snel gaan, dat wenste zij zichzelf en ik haar toe), maar dat het nu niet meer ‘ket’ te noemen was. Toch bleef ze ook op zo’n momenten dank u zeggen voor elk bezoek, warm knuffelen bij het afscheid met nog wat van haar laatste force erin gelegd en mij het allerbeste toewensen voor mijn verdere leven. Het maakte van haar een warme, hartelijke vrouw die graag gezien was, ook door mij.

Ik bewonder mijn oma voor het talent dat ze had om elke dag te nemen zoals die kwam en er een goeie van te maken. Ik hoop dat ik heel wat van haar genen heb geërfd.

Slaapwel, oma. Nog een laatste kruisje op je voorhoofd en een kus erop gedrukt. Vanavond eten we vleesbrood met kriekjes, voor jou.

 

Burn-out blues: ik ben even weg

Een inkijk in de werking van mijn geheugen de afgelopen maanden:

  • Ik word gevraagd om 2 keer 23 euro te betalen en leg 4 briefjes van 20 op tafel, want 2 keer 23 is sowieso meer dan 60, toch?
  • Op een wandeling wijs ik naar mooie oranje bloemen, die eigenlijk paars en roze zijn.
  • Ik raad mijn Lief aan om een bon van de Velouté cadeau te doen, terwijl het restaurant waarop ik doel Voltaire heet.
  • Ik heb het over Wijgmaal in plaats van Wilsele.
  • Ik leg stellig uit hoe ik ga wandelen om een bepaalde supermarkt te bereiken en sla in mijn uitleg vlotjes een half stadsdeel over.
  • Ik ga naar boven om een hotelvoucher af te drukken en kom beneden met de wasmand in mijn handen, maar zonder voucher.

En in mijn emotionele draagkracht:

  • Ik begin te huilen wanneer aardappelen en groenten op tijd klaar zijn en het vlees niet doorbakken blijkt, want ik wilde alles zo graag samen op tafel kunnen zetten.
  • Ik loop te foeteren op de kinderen die hun taken niet helemaal doen zoals ik dat graag wil.
  • Ik ben doodmoe na mijn eigen verjaardagsfeest, omdat er zoveel familie tegelijk was.
  • Ik word lastig op de hond die voor de 75ste keer zijn snuit in de groenafvalbak onder de gootsteen steekt, terwijl ik hem al zo duidelijk maakte dat dat niet mag.
  • Ik bedenk hele worst-case scenario’s wanneer de roofing eventjes vlamt bij het leggen en droom ‘s nachts van brand en ontij.

En als uitsmijter:

  • Ik heb voor het eerst ruzie met mijn Lief, om een prul die ik mij nu zelfs niet meer kan herinneren.

Ik herken mezelf daar absoluut niet in en dat was tegelijk het meest beangstigende van mijn afgelopen maanden. Ik was mezelf helemaal kwijt en dat was stevig schrikken. Complete identiteitscrisis. Elk geloof in eigen-waarde, in wat ik ken en kan, in wat ik voor anderen beteken en kan betekenen, in waar ik voor sta en wat ik kan verzetten. Gewoon weg.

Als een soort van bouwpakket reikte vooral mijn Lief mij mezelf terug aan. Ik weet dat jij dat kan… Ik weet dat jij zo bent… Ik weet dat je weer beter wordt… Er kwam veel overtuigingskracht bij kijken, want ik kon het niet geloven, voelde het niet vanbinnen. Ik legde mij op mijn rug, met mijn pootjes omhoog. Als een lieveheersbeestje dat zichzelf niet meer omgedraaid krijgt.

Er kwam een stevige hefboom bij kijken, maar ik sta nu terug op mijn pootjes. Wat wankel en ik zak er af en toe nog door, maar ik rol niet meer door tot op mijn rug. Ik hoop dat iedere burn-outer een Lief heeft met een even grote hefboom en hetzelfde engelengeduld.

 

Burn-out blues: Burn-out manifesto

Op een afwezigheidsattest verklaart mijn dokter dat ik niet in staat ben om te werken. Voltijds arbeidsongeschikt. Punt.

Er zit bij dat attest jammer genoeg geen begeleidend briefje met richtlijnen over hoe ik terug ‘geschikt voor de arbeid’ kan worden. Geen oefeningen drie maal daags, geen voorschrift, geen pilletje. Worstelen met een burn-out is een doe-het-zelf project en laat dat nu net zijn wat je op dat moment niet heel erg goed lukt.

Ik zocht en vond daarom een coach, eentje die met mij op weg wilde gaan op mijn onbekend terrein. Die stukjes mogelijke weg laat zien op de kaart en af en toe een kronkel kan verklaren. De Jessiesessies zijn nu vaste prik in mijn agenda. Het stapwerk is voor mij, maar zij is een geweldige gids.

Na een aantal sessies, denk ik dat het onderstaande op dit moment mijn roadmap is, mijn burn-out manifesto:

  • Niets is permanent. Alles verandert en ook slechte dingen gaan voorbij. Ook aan deze burn-out komt dus een eind.
  • Ik blijf naar mijn diëtiste gaan, ook wanneer ik bijgekomen ben of het niet goed heb gedaan.
  • Elke dag dat ik thuis ben, ga ik ook even naar buiten. Ik plooi niet louter terug op binnen.
  • Op het moment dat ik voel dat ik het nodig heb, ga ik dutten.
  • Ik heb mijn eigen gevoelens en problemen. Voor mijn huisgenoten is dat ook zo en daar zijn zij eigenaar van. Ik los hun problemen niet op door ze over te nemen. Daar help ik hen en mezelf niet mee.
  • Ik stel elke dag 1 doel en ik denk minstens 1 ding om.
  • Ik vergelijk mijzelf, wat ik doe en mijn tempo niet met anderen.
  • Door goed voor mezelf te zorgen, zorg ik ook voor wie mij dierbaar is.
  • Ik werk aan de verbinding met mezelf.
  • Ik gebruik positieve interne taal. Het mag en het kan, maar het moet niet.
  • Mijn behoefte is evenveel waard dan de behoefte van gelijk wie anders.
  • Ik zet actief in op lichtheid en fun, kietelen inclusief.
  • Ik laat los wie ik denk te moeten zijn en omarm vaker wie ik ben.
  • Net buiten mijn comfortzone ligt de grootste voldoening.
  • Doen is ook een vorm van denken.
  • Ik maak een eerstvolgende stap zo klein mogelijk.

De kaart voelt al iets makkelijker leesbaar, wanneer je de legende snapt. Dankjewel gids.

 

 

Burn-out blues: de Familieman

Of het goed was dat Raymonde woensdagnamiddag zou langskomen, vroeg de vrouw aan de telefoon.  Ze liet in het bericht dat ze naliet wat in het midden of ik moest terugbellen om te bevestigen of dat ok was, dan wel of mijn stilzwijgen deze afspraak zou vastleggen. Zo’n niet-helemaal-duidelijke boodschap voelt voor mij op dit moment al aan als gedoe, want vraagt een actie van mij en dus energie-waar-het-mij-aan-ontbreekt, maar het bezoek van Raymonde is mij wel wat waard. Ik bel dus terug en bevestig dat woensdag voor mij ok is.

Sinds vorige week ben ik immers zorgvrager. Dat is als zorger-van-nature niet zo makkelijk, toegeven dat je zelf-zorg kan gebruiken en die ook vragen. En aan wie dan? Het Lief weet ook al hoe haar tandvlees smaakt, de kinderen zetten zich al zo goed in via de takenlijst en iedereen die wat verder van je afstaat, wil je er niet mee belasten, voelt zo drukbezet…

Goeie vriendinnenlijke raad zette op weg richting Familiehulp en hun Gezinszorg. Twee dagen na aanmelding zit ‘MarleenvanFamiliehulp’ al aan onze keukentafel. Ze beluistert mij, vraagt niet meer dan nodig en licht toe wat kan. De tranen springen bijna in mijn ogen bij het beluisteren van haar arsenaal aan mogelijkheden. Wat een onverwacht fijn gevoel dat een extra setje handen de mijne op een paar punten kan vervangen in ons huishouden. Het helpt mij ontspannen te weten dat ik op die manier ons systeem ontlast en ik koop er mij de mentale en fysieke vrijheid mee om in te zetten op de rust die ik zo nodig heb.

Vanmiddag gaat de bel en krijg ik meteen een draai rond mijn anders zo genderbewuste oren. Raymonde blijkt van de mannelijke kunne en dus gewoon Raymond. Ik ging er al te makkelijk van uit dat een vrouw zou komen zorgen. Als feministe iets om mij diep voor te schamen. Hoera voor de roldoorbrekende aanpak van Familiehulp!

Raymond polst bezorgd hoe het met mij gaat. Ik geef aan dat het de ene dag beter gaat dan de andere en dat vandaag tot hiertoe een vrij goeie dag is. Vervolgens vraag hij waarmee hij vandaag dan kan helpen? Als ik nog even het aanrecht wil schoonmaken voor het koken dat we van hem verlangen, maant hij mij aan daarmee te stoppen. Dat zal hij wel even doen, daarvoor is hij er toch immers?

Vier uur later is mijn dag nog steeds goed, de zalm en aardappelen voor het avondeten staan klaar, mét een vinaigrette voor de accompagnerende salade, er zijn twee grote ketels spaghettisaus gemaakt voor morgen en de diepvries, de helft van onze strijk is gedaan en ik had in tussentijd een deugddoend gesprek met een vriendin die mij uitnodigde om in haar tuin te komen ontspannen.

Wat een Familieman, die Raymond.

 

 

 

 

Burn-out blues: elke dag nemen zoals em zich presenteert

Op een doordeweekse dinsdagnamiddag ga ik even naar mijn 96-jarige oma in het rusthuis. Ik zou het Lief oppikken aan haar werk en heb vooraf nog wat tijd te doden.

Ik vind de oma in de zitruimte, klaar voor een korte voetenmassage die veel deugd doet. Wanneer haar geoliede voeten terug in haar pantoffels zitten, schuifelen we samen naar haar kamer om nog wat te praten.

  • ‘Hebt ge vakantie?’ Vraagt ze mij plots, omdat ik er pal in de namiddag ben.
  • ‘Neen oma, ik ben op dit moment thuis, in ziekteverlof.’
  • ‘Oei?
  • ‘Ik zie er niet ziek uit, ik weet het, maar ik heb wat ze noemen een burn-out.’
  • ‘Een wat?‘ De oma hoort niet meer zoals toen ze 20 was.
  • ‘Een burn-out.’
  • ‘Ah zo, dat moet lastig zijn.’
  • ‘Het is inderdaad niet zo gemakkelijk. Ik kan er geen pilletje voor nemen. Ik moet nu eerst proberen om veel te rusten.’
  • Ze denkt even na. Weet ge, het heeft niet veel zin om dan achteruit of vooruit te kijken. Ge kunt nu best gewoon elken dag nemen zoals em zich presenteert. (denk hierbij haar licht Brussels accent)
  • Ik lach vertederd om dit eenvoudige, maar o-zo-rake levensadvies van mijn voormoeder. Ik denk dat je gelijk hebt, oma.  

Bij het afscheid aan de lift geven we elkaar onze gebruikelijke, warme knuffel. Ze pakt mij wat steviger vast dan anders. ‘Als ge niet meer weet waar naartoe, moogt ge altijd naar hier komen.’